msc zorg omgekeerd bouwen fysioholland

‘s Morgens op weg naar mijn werk, fiets ik langs een groot bouwterrein. Aan het hek hangt een spandoek waarop de slogan ‘Slopen is omgekeerd bouwen’ staat geschreven. Bouwen en oude gewoonten afbouwen is wat er in de fysiotherapie ook aan het gebeuren is of zou moeten gebeuren. Hele aangebouwde vleugels zullen bij de verbouwing gerenoveerd moeten worden. De grootste fysiotherapie-organisatie in Nederland, FysioHolland, heeft de kennis, het inzicht en een gezonde dosis werklust om bestaande complexe fysiotherapiebouwwerken te veranderen. Dit is geen gemakkelijke klus voor de directie, fysiotherapeuten, andere collega’s en betrokken partners van FysioHolland. Ze staan aan het begin van een ommekeer in de fysiotherapie.

Sinds mijn afstuderen in de jaren zeventig staat ‘het fysiotherapiegebouw’ al ter discussie. De renovatie is toen al geprobeerd in te zetten. Wat is er aan de hand? Het probleem heeft te maken met de theoretische aannames van de fysiotherapiewetenschap. De onderliggende boosdoener is de identificatie met de nog steeds overheersende scheiding van lichaam en psyche dat onlosmakelijk verbonden is aan de biomedische theorie. De fysiotherapie staat met één been in de succesvolle natuurwetenschappelijke biomedische traditie van denken. Sinds eeuwen hanteren wetenschappers een machinemetafoor die ze over de natuur heen leggen. Als bij een puzzel wordt stukje voor stukje inzicht gegeven in het totale plaatje dat mens heet. Speuren naar causale relatie tussen de aandoening en de klachten. Dit wetenschapsmodel heeft zeker succes bij bepaalde ziekten of aandoeningen. Laten we het een standaard-onderzoeksmodel van ziekte en gezondheid noemen. Repareren met operaties en medicijnen. En hopen op herstel. Maar de puzzelstukjes passen niet altijd en herstel verloopt niet altijd vloeiend.

De World Health Organisation heeft dit vijftig geleden al goed doorzien. De medische diagnose, de ziekte of het beschreven syndroom correspondeert niet altijd met de manier waarop iemand in de wereld zijn taken blijft uitvoeren. Er zijn discrepanties tussen enerzijds de pathologie en anderzijds het functioneren in het sociale domein. Het standaardmodel heeft weinig te melden over de grote verschillen bij herstel.

De gekozen modellen om de discrepanties te beschrijven zijn theorieloze modellen als BioPsychoSociale model en de Internationale Classificatie Functioneren (ICF). Met deze modellen kunnen we de geconstateerde discrepanties tussen klacht en aandoening niet onderzoeken omdat de samenhang tussen persoon, taak en wereld niet wordt geagendeerd. Ze hebben geen meerwaarde. De wetenschappelijke theorieën uit het motoriekonderzoek om de samenhang te bestuderen en te kijken hoe mensen bijvoorbeeld compenseren bij fysieke problemen, gebruiken we niet. We hebben niet geleerd om biologisch te kijken naar compensaties en stagnaties van herstel.

Hoe komt het dat de ene persoon goed met een ziekte om kan gaan en de andere met een vergelijkbare aandoening meer beperkingen heeft ontwikkeld? Waarom heeft de één een flexibel neuromotorisch systeem ontwikkeld en de ander juist rigiditeit? Evolutionair gezien herstellen mensen net als andere dieren. Wondgenezing van bot, ligament en spieren krijgen we cadeau van de natuur. Medici maken er in de spreekkamer dankbaar gebruik van. De natuur kan mild zijn. Maar soms ook wreed.

Wij fysiotherapeuten komen in beeld op het moment dat er sprake is van stagnatie van het herstel. Nadenken over herstel is hetgeen we gemeenschappelijk hebben met medici. Maar wij therapeuten ontwikkelen interventies om dit te proces paramedisch te ondersteunen. Hoe we dit het beste kunnen doen, weten we niet. Evolutionaire herstelfenomenen bestuderen zou de kern moeten zijn van de fysiotherapiewetenschappers.

Helaas blijven we te vaak gewoon doen en onderzoeken wat we al veertig jaar doen. Kletsen over mobilisaties op de vierkante millemeter, een beetje spierkrachtverbetering, etc. We maken daarbij gebruik van biomedische parameters. We ontwikkelen een begrippenkader dat geënt is op het biomedisch denken: denk hierbij onder andere aan artrogene mobilisatie, spierversterking en conditieverbetering. Deze manier van denken is gedateerd.

Hoe moet het dan wel? We moeten bouwen aan het uitgangspunt dat patiënten leren ‘onhandig’ compensatiegedrag te herkennen. Wie gaat dit initiëren? Mijn hoop is gevestigd op de landelijke organisatie FysioHolland die in hun uitgangspunten een duidelijk keuze hebben gemaakt voor evolutionaire fysiotherapie, waarde hechten aan de relatie tussen therapeut en cliënt en gericht is op doelen in het sociale domein. Kijken vanuit evolutionair perspectief naar herstel is voor de moderne fysiotherapeut de manier om uit de klauwen van absurdistische verklaringen te blijven. De fysiotherapeuten van FysioHolland worden de koplopers van onze beroepsgroep alhoewel velen dit nog niet zien.

Dr. Wim Hullegie
Fysiotherapeut Hullegie & Richter Fysiotherapie Enschede
Onderzoeker evolutionaire fysiotherapie
Directie-adviseur FysioHolland Nieuwegein