msc zorg liesklachten
Pijn in je lies tijdens het rijden? Last van je spieren aan de binnenkant van je bovenbeen? Grote kans dat je problemen hebt gekregen met de zogenaamde ‘ruiterspier’. Opvallend veel beroepsruiters krijgen er vroeg of laat een keer mee te maken. Ze negeren de klachten onder het mom van ‘het is maar spierpijn’ en ‘het verdwijnt wel weer’, maar de gevolgen daarvan kunnen groot zijn. Geen enkele ruiter zit er op te wachten om een tijd langs de zijlijn te staan. Maar welke route moeten ze bewandelen als ze klachten hebben? Marcel Richter, fysiotherapeut bij Hullegie & Richter, helpt ons op weg.
 
“Liespijn is een veel voorkomend en vaak frustrerend probleem bij professionele ruiters”, steekt Marcel Richter van wal. “Vaak wordt er niets aan gedaan in de hoop dat het vanzelf weer overgaat. Niet zeuren, maar doorgaan. Niet wetende dat kleine lichamelijke ongemakken kunnen uitmonden in grote blessures. Met als resultaat dat de ruiter voor langere tijd uitgeschakeld is.”
 
Veel ruiters rijden te lang door met liesklachten. “Negeer je dit, dan kan de blessure ontaarden in een chronisch probleem. Het risico is dat de pees of spier gedeeltelijk en soms volledig afscheurt waardoor soms zelfs een operatie noodzakelijk is. 
 
Een artikel van Wendy Scholten, in samenwerking met Marcel Richter, over de ruiterspier, die bij veel (beroeps)ruiters vroeg of laat een keer opspeelt. Het advies voor beroepsruiters: Laat je medisch checken!
 

Amateuristische houding

In de hippische sport gaat altijd veel aandacht uit naar het paard. Hoe het met de gesteldheid van de ruiter is, daar is veel minder oog voor. Marcel verbaast zich over deze amateuristische houding. “Er gaat in de paardensport ontzettend veel geld om. Voor de paarden worden kosten noch moeite gespaard. Ze krijgen optimale verzorging, voeding, training en begeleiding door een dierenarts en hoefsmid, et cetera. Het ontbreekt hen aan niets. Ze worden zeer professioneel begeleid met als doel dat het paard optimaal kan presteren. Anders is het gesteld met de ruiter, zo is mijn ervaring. Ze maken lange, intensieve werkdagen. Ze rijden gemiddeld 8 tot 10 paarden per dag, sommigen zelfs meer, en dit vaak zeven dagen per week. Want in het weekend rijden ze veelal op concours. Zitten ze eens niet op het paard, dan zijn ze onderweg in de auto. Al met al een zeer eenzijdige belasting. Deze statische sport met zittende houding vergt veel van de rug- en heupspieren en de adductoren, oftewel de aanvoerders van de bovenbenen.”
 
Er zijn genoeg buitenstaanders die stellen dat paardrijden eigenlijk geen sport is omdat het paard de grootste fysieke inspanning levert, niet de ruiter. Marcel, die zelf geen actieve hippische achtergrond heeft, neemt de rol van de ruiter wel heel serieus. “Ik beschouw een beroepsruiter als topsporter. Er zijn bijna geen andere professionele sporters die zo ontzettend veel uren in de week maken als dat een ruiter doet. Het verbaast mij dan ook dat een ruiter zichzelf niet als een topsporter verzorgd, terwijl hij of zij in kwestie net zo belangrijk is als het paard. Ze vormen in de ring een twee-eenheid, als de één niet optimaal kan presteren, zal de ander dat ook niet kunnen.”
 

Statische houding

Het probleem zit hem er in dat beroepsruiters langdurig in een intensieve, statische en zittende houding verkeren, waarbij de benen nagenoeg continu aangespannen worden om goed contact met het paard te houden en zelf goed in balans te blijven. Vergeet niet de krachten die op de adductoren komen bij een landing na de sprong. ”Veel statische arbeid geeft een slechtere doorbloeding, met als gevolg een verhoogde kans op spierklachten”, legt Marcel uit.
 
“Behalve dat ruiters vaak lage rugklachten, pijnlijke knieën en/of enkels hebben, komen er dus vooral problemen voor met de zogenaamde ‘ruiterspier’. Dat uit zich in beginnende spierpijn en stijfheid aan de binnenzijde van het bovenbeen. In feite ben je dan al te ver gegaan. Het is een signaal van overbelasting. Een klein signaal wellicht, maar wel een heel belangrijke voor een topsporter. Denk er niet te licht over. In de topsport balanceer je al op de rand van belasting en belastbaarheid, laat staan dat je een klacht geen rust geeft. Doe er dus wat mee, onderschat het niet!”
 
Marcel adviseert om contact op te nemen met een sportfysiotherapeut of een sportarts. “Zoeken via Google op internet levert vaak al wat adressen bij je in de omgeving op. Bel niet alleen als je klachten hebt, maar ook om je eens medisch te checken. Ik ben een voorstander om een sportmedische keuring voor ruiters in te voeren: Om de zwakke punten te analyseren en daaraan te werken om nog beter te kunnen presteren. Zo kun je langzaam insluipende blessures voorkomen.”
 

Nulmeting

Een pasklaar antwoord op wat ruiters naast het rijden het beste kunnen doen om fitter en sterker te worden, heeft Marcel niet. “Het is maatwerk. Het beste is om dit af te stemmen naar aanleiding van de medische check. Dit noemen we een nulmeting. Oftewel: Waar sta je? De meeste ruiters zullen aan de slag moeten met rugtraining, rompstabiliteit en lenigheid, maar er zullen zeker accentenverschillen zijn bij de ruiters. Je moet bovendien ook rekening houden met een mogelijk blessureverleden. Als de ruiters nu direct met z’n allen de sportschool induiken, dan houd ik mijn hart vast. Daar komen ongelukken van.”
 
Marcel raadt de beroepsruiters een dynamische sport aan, zoals joggen, zwemmen, spinning en fietsen. “Ik weet het, ik begeef me op glad ijs. Ik wil niemand zijn plezier ontnemen, zoals een potje voetbal, maar voor een topruiter hangen wel risico’s aan een potje voetbal. Het is een totaal andere belasting op de spieren. Laat je adviseren naar aanleiding van een medische test, afgenomen door een professional: een sportarts of sportfysiotherapeut. Dat is de eerste voorwaarde als je als beroepsruiter wat wil doen aan de gezondheid en fysieke gesteldheid. Ik heb begrepen dat ruiters vaak weinig tijd hebben, maar soms moet je wel eens ergens tijd voor maken. Als je klachten en blessures niet voor bent, bestaat de kans dat je nog veel meer tijd aan herstel kwijt bent. De ruiter van tegenwoordig moet ervan doordrongen raken dat een goede medische begeleiding niet mag ontbreken.”
 

Eerst oorzaak aanpakken, dan de gevolgen

Het vaststellen van een liesblessure is weggelegd voor professionals. Een effectieve behandelstrategie is vaak nog moeilijker te bepalen, stelt Marcel. Hij merkt op dat er veel fysiotherapeuten zijn die zich focussen op het pijnlijke gebied, waarbij ze te weinig aandacht hebben voor het meest essentiële: het opsporen en wegnemen van de oorzaak.
 
“Komt een ruiter eenmaal bij een fysiotherapeut dan is deze therapeut vaak geneigd om de behandeling van deze aandoening te starten zonder gedegen onderzoek en een duidelijke diagnose”, vertelt Marcel. “De behandeling is vaak gebaseerd op hedendaagse inzichten uit de literatuur zoals het verbeteren van de rompstabiliteit en de spierkracht van de adductoren, maar dat is niet voldoende.”
 
Er is een naam voor de chronische liesblessure: Longstanding Adduction-related Groin Pain (langdurig adductiegerelateerde liespijn), afgekort LAGP. Een effectieve behandelstrategie bepalen is moeilijk voor de fysiotherapeut, laat Marcel weten. “Dat komt omdat diagnostische tekens van een chronische (pees)irritatie van de adductoren vaak onduidelijk zijn of niet zijn vast te stellen. Onderzoeksmethoden zoals MRI en echografie zijn niet altijd (direct) voorhanden en duidelijke normen en waarden hiervoor ontbreken.”
 
Er bestaat een aantal praktische tests en aanknopingspunten die de diagnose van een chronische liesblessure kunnen specificeren en die de fysiotherapeut handvatten kunnen geven voor de juiste behandelstrategie, legt Marcel uit. Het belangrijkste behandeldoel moet zijn: het normaliseren van de verhoogde spierspanning (adductorenhypertonie). In de praktijk betekent dit dat de oorzaken van deze hypertonie moeten worden weggenomen. Uit onderzoek blijkt dat de bewegingsvrijheid van de lage rug, het heupgewicht en de heupbuiger (M. Iliopsoas) daarbij een cruciale rol spelen.
 
“De behandelaar moet beseffen dat de verhoogde spierspanning in de adductoren een gevolg zijn van omliggende biomechanische veranderingen. Zoek naar afwijkingen in de keten, in het heupgewricht en omliggende structuren zoals het SI-gewricht en de wervelkolom. Een disbalans of verminderde mobiliteit in dit gebied is vaak de oorzaak van een liesblessure. Daarom is het belangrijk om eerst dit probleem aan te pakken. Anders blijf je in een vicieuze cirkel hangen.”
 

Preventie

Het voorkomen van een blessure is nog belangrijker. Er zijn voldoende preventieve maatregelen die een professionele ruiter kan nemen. Marcel zet ze op een rij:
 
  • Onderga het liefst elk kwartaal een medische check bij een sportarts of sportfysiotherapeut. Bij deze medische check gaat het vooral om het lichamelijk onderzoek: met name de controle en mobiliteit van de rug en heupen, en spierlengtes. Oftewel proberen op te sporen waar de zwakke schakels zitten en of er sprake is van disbalans.
  • Zorg voor een goede basisconditie en laat de conditie 2x per jaar testen.
  • Zorg voor een warming-up en cooling down voor en na het rijden. Bijvoorbeeld in- en uitfietsen op een hometrainer.
  • Werk aan een goede rompstabiliteit (rug- en buikspieren)
  • Pas rek- en strekoefeningen toe.
  • Laat je eens regelmatig masseren. Het is geen overbodige luxe. Bezoek een sportmasseur of sportfysiotherapeut en laat de spanning uit je spieren weghalen en pak eens een sauna.
 
Geschreven door Wendy Scholten, zie voor meer informatie: www.wendyscholten.nl