msc zorg tellen en vertellen in de spreekkamer

In 2010 schreef Wim Hullegie, toentertijd redacteur van het tijdschrift Physios, een drieluik over de mythe en werkelijkheid van evidence-based fysiotherapie. In de eerste twee delen nam hij de lezer mee in de hogesnelheidstrein van het evidenced-based denken en besprak hij de rivaliteit tussen het biomedische en het klinisch-epidemiologische denken in de geneeskunde. Het derde deel van dit drieluik, ‘Een pragmatische visie op meten in de fysiotherapie’, was vooral een pleidooi om terughoudend te zijn met het ongebreideld inzetten van meetinstrumenten zonder dat duidelijk is welk doel daarmee bereikt moet worden. Alleen meten wat we willen weten, dus. Helaas blijkt niet alles zich in tien jaar te ontwikkelen en is wat Hullegie in 2010 schreef nog steeds actueel.

Het pleidooi van professor De Vet voor ‘alleen meten wat we willen weten’ is relevanter dan ooit. Het adagium is helaas verworden tot: ‘alleen meten wat u kunt tellen’. We leven nog meer dan tien jaar geleden in een accountability- en rankingsamenleving. Technocratische bestuurders en beleidsmedewerkers tellen zich een ongeluk. De financiële meetbaarheidstendens sluit aan bij de visie van neoliberalen voor wie niets uit zichzelf beter is dan iets anders. De intrinsieke waarden zijn zo goed als verdwenen. Het enige wat in onze samenleving nog telt, zijn de omzet- en declaratiecijfers.

Toch kunnen we vertrouwen hebben in de fysiotherapie. Wij kunnen het regime van maat en getal wel aan. Fysiotherapeuten kennen de intrinsieke waarde van hun vak, maar weten zich niet goed raad met al dat geweld van beleidsbepalers. Als beroepsbeoefenaars weten we dat het bij klinisch redeneren in de praktijk van alledag gaat om zowel tellen als om vertellen. Het gaat om de verhouding tussen het denken (weten) en het regime van maat en getal. Het zelfstandig denken moet niet het onderspit delven bij het gebruik van onderzoeks- en meetinstrumenten. De reductie tot statische gemiddelden maakt dat variatie aan het oog wordt onttrokken en afwijkingen van het gemiddelde al gauw als stoornis wordt gezien. Zo wordt uitgegaan van het tekort en niet van het vermogen van mensen om te herstellen.

En daar gaat het ons paramedici om: oog hebben voor de variatie. Dat is waarschijnlijk wat De Vet bedoelt: meten wat we willen weten. Epidemiologen noemen dit validiteit. Met de gedachten dat meten tellen is geworden, zien we vaak de essentie over het hoofd. Daarom loopt het af en toe spaak in de paramedische praktijk. Maar de veerkracht van de beroepsgroep is groot. Het gaat om tellen en vertellen. Lopen op twee benen waar mogelijk.

Lees het artikel van Wim Hullegie over de pragmatische visie op meten in de fysiotherapie, geplaatst in Physios 3 in 2019.